Hartkleppen
De hartkleppen die getransplanteerd worden, zitten op de plaats waar het hart het bloed uitpompt: aan het begin van de longslagader en aan het begin van de lichaamsslagader. De 2 hartkleppen werken als een ventiel. Ze zorgen ervoor dat het bloed bij het uitpompen niet kan terugstromen in het hart.
Gevolgen defecte hartkleppen
Bij sommige hartpatiënten werken die kleppen niet goed. Het 'ventiel' sluit niet af en lekt, waardoor het lichaam te weinig zuurstof krijgt. Deze patiënten zijn vaak moe en kunnen zich nauwelijks lichamelijk inspannen. Voor deze mensen is een nieuwe hartklep de enige oplossing. Ook bij vernauwde kleppen kan in ernstige gevallen transplantatie noodzakelijk zijn.
Kinderen en volwassenen
Zowel kinderen met een aangeboren klepafwijking als volwassenen met klepdefecten komen in aanmerking voor transplantatie. Bij volwassen patiënten worden donorkleppen uit de lichaamsslagader en uit de longslagader gebruikt voor vervanging. Bij kinderen gaat het bijna altijd om een longslagaderklep.
Lees over Bloedvaten

